• Home
  • Vertrouwen schept toekomst

Vertrouwen schept toekomst

Wetenschapper Gerhard de Haan onderzoekt de toekomst en zegt: alleen als er vertrouwen in innovaties bestaat, is de samenleving overtuigd van veranderingen.

09.02.2021 Interview: Bernd Zerelles – Artwork: Dean Giffin – Foto: Markus Rock leestijd: 11 min.

Hologram

Meneer de Haan, wat is de toekomst voor u? Is de toekomst een projectie die door eerdere gebeurtenissen wordt bepaald of is de toekomst een periode met tal van mogelijkheden?

Dat is het allebei. Principieel zijn we met alles wat we in het verleden hebben verwezenlijkt en wat we nu doen al in de toekomst terechtgekomen, omdat de gevolgen van ons handelen een uitwerking hebben op de toekomst. Er staat echter niets in steen gebeiteld en men kan met projecties werken en zelf nieuwe ideeën initiëren. Anders zou je kunnen zeggen dat er prognoses zijn die erop duiden hoe de toekomst eruit zal zien. Dan zouden we achterover kunnen leunen en denken: ik hoef niet actief te worden, want wat de toekomst ons brengt, staat al vast. Maar zo is het niet. Een voorspeller werkt ook alleen maar met waarschijnlijkheden. Neem nou de klimaatverandering. Volgens voorspellers ligt er een temperatuurstijging in het verschiet en als er niets anders wordt ondernomen dan tot nu toe, zal die stijging er komen. Futurologen zeggen dan: het is waarschijnlijk dat de temperatuur verder stijgt en als we de eventuele globale gevolgen willen vermijden, moeten we voor de toekomst nieuwe mogelijkheden vinden voor hoe we economisch handelen, leven en ons verplaatsen.

 

Is er in onzekere tijden als nu nog meer vraag naar futurologen als u?

Dat nemen wij wel zo waar. Er bestaat duidelijk belangstelling voor antwoorden die niet gericht zijn op de aanpak van pandemieën op korte termijn. Binnen de hoge dynamiek van maatschappelijke veranderingen en de hoge mate aan innovatie van tegenwoordig staan we nu nog meer dan een paar jaar geleden voor de uitdaging om nieuwe of veranderde handelingsopties te vinden. Daarbij proberen we, vaak met lokale actoren, steeds op participatieve wijze ideeën voor de toekomst te genereren en die opties weer in een grotere context te plaatsen. Dat betekent niet alleen een sector zoals de auto-industrie of een instelling zoals een school te beschouwen, maar juist de grotere context, zoals megatrends, die invloed hebben op de sectoren of instellingen.

 

U analyseert maatschappelijke veranderingsprocessen. Hoe doet u dat?

Futurologie houdt zich niet primair bezig met prognostiek zoals dat bij het verzamelen van statistische waarschijnlijkheden het geval is. Wij werken met factoren die in het dagelijks taalgebruik waarschijnlijkheid worden genoemd. Dat zijn waarschijnlijke ontwikkelingen die met name gebaseerd zijn op plausibiliteit. We proberen goede redenen te vinden voor bepaalde ontwikkelingen die zich zouden kunnen voordoen. Prognostiek is daarvoor maar zelden het juiste hulpmiddel. Omstandigheden kunnen zelden exponentieel of lineair worden voorgezet, hoewel sommigen dat wel proberen. Wij onderzoeken welke redenen ervoor spreken dat een bepaalde ontwikkeling zich voortzet of stagneert. Maar we richten ons ook sterk op het verleden. We beschouwen wat in het Frans zo mooi 'longue durée' wordt genoemd. Zijn er ontwikkelingen die al een lange tijd duren? Daar kan ook veel van worden afgeleid.

Esthetisering is een universele trend. We combineren dingen en gebeurtenissen met een persoonlijke betekenis.”

Vloeibare spiegel

Noem eens een voorbeeld.

Bijvoorbeeld het hele proces van de individualisering dat al sinds de 19e eeuw – en in feite al veel langer – gaande is. De behoefte om veel meer als individu te worden waargenomen en als afzonderlijke persoon te kunnen spreken of het leven naar eigen wens in te kunnen vullen, is in onze cultuur al sinds eeuwen waar te nemen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het afschaffen van het gildewezen of het vererven van ambten. Of denk ook aan de samenstelling van onze samenleving. 140 jaar geleden was men nog gebonden aan een huwelijk. Tegenwoordig wordt er liever over partners gesproken. De bepaling van seksen is ook niet meer strikt bipolair. Dat is allemaal veranderd en kan heel duidelijk worden beschreven aan de hand van individualiseringsprocessen. Bovendien is er tegelijkertijd een op lange termijn toegenomen duidelijke belangstelling voor meer participatie, dat wil zeggen voor de deelname aan besluitvormingsprocessen. Die participatiebehoefte mobiliseert ondertussen een groot deel van de bevolking. Dat kan allemaal worden voortgezet, omdat daarachter behoeften schuilgaan die zich niet zo snel veranderen, maar een lange aanloop hadden tot het tot die verandering kwam.

 

 

Hoe veranderen zich onze samenlevingen momenteel wereldwijd? En wat drijft die verandering aan?

De behoefte aan individualisering is duidelijk wereldwijd te herkennen – zelfs in landen die erg collectivistisch zijn ingesteld, zoals China. Bovendien is esthetisering, ofwel vormen van zelfpresentatie, een universele trend. Niet zozeer door middel van kledingstukken om zich als lid van een bepaalde groep te presenteren, als wel dat we dingen en gebeurtenissen combineren met een persoonlijke betekenis. Een voorwerp, bijvoorbeeld een auto van een bepaald merk, is niet meer alleen een traditioneel statussymbool. Het gaat er juist om dat je dat voorwerp nodig hebt, omdat je het voor jezelf een betekenis aanmeet. Het gaat er niet om wat het product heeft gekost, maar welke waarde het voor jezelf heeft. Enkele jaren geleden was dat duidelijk te zien toen er een ommekeer was. Bepaalde mensen met veel geld, die hun champagne altijd in een slijterij kochten, kwamen erachter dat de champagne in de discountsupermarkt net zo goed is. Men schaamt zich niet meer om daar boodschappen te doen, omdat daar ook het product verkrijgbaar is dat men wil hebben om zichzelf te uiten. Het gaat niet meer om het etiket op de fles.

Instellingen duiden op de verwachtingen van de toekomst in een samenleving.”

Wanneer dringen mensen aan op verandering? Of anders gevraagd: kun je zeggen dat de toekomst een mindset, een instelling is?

Jazeker. Instelling is een woord dat de eigen normen, waarden, gevoelens en andere levenshoudingen samenvat. Instellingen duiden op de verwachtingen van de toekomst in een samenleving. Zo vinden we een instelling die een zekere openheid voor de toekomst en voor veranderingsprocessen impliceert. Of in tegenstelling daartoe een zekere 'resistance to change', ofwel een weerstand tegen veranderingsprocessen. Dat is bijvoorbeeld te zien in vrij populistische groepen. Daar gaat het vooral om het vasthouden aan oude dingen en gewoonten, omdat men het niet meer eens is met innovaties of omdat die innovaties te snel gaan of voorbij zijn geraasd. Terwijl andere, jongere groepen zich ook aan een nieuwe levensstijl aanpassen die intensief op de digitale wereld inspeelt die eigenlijk al het middelpunt van het leven is geworden.

 

 

Hoe kunnen samenlevingen mogelijkheden ontplooien, toekomsten duurzaam vormen, innovaties omzetten?

Een paar jaar geleden zou ik nog hebben gezegd dat de voorwaarden daarvoor een grote mate aan vrijheid van het individu en liberaliteit zijn. Of ook de bevordering van individuele creativiteit. Ondertussen ben ik daar niet meer zo zeker van. Je kunt niet meer zeggen dat je voor het innovatief vermogen je vrijheidsgraden nodig hebt om zelf iets te kunnen ontwikkelen en te ontwerpen. De zogenaamde 21st century skills, zoals het bevorderen van creativiteit, kritisch vermogen enzovoorts, zijn in principe niet te leren door middel van onderwijs dat individuen stimuleert, maar bijna altijd door middel van initiatieven op basis van nieuwe sociale groepen. Het zijn samenwerkingssystemen, gezamenlijke ontwikkeling en minder activiteiten door individuen, die een bijdrage leveren aan innovatie. Kortom: de creatieve intelligentie van een heterogeen team is hoger dan die van de afzonderlijke leden.

Projecties

Veranderen samenlevingen eigenlijk traag? Of zijn er factoren die voor snellere ontwikkelingen zorgen?

Met betrekking tot de instelling, die u net noemde, zijn de ontwikkelingen allemaal langzaam. Dat is goed te zien aan de hand van de verschuiving van levensstijlen. Veel van deze verschillende levensstijlen die het klassieke denken in standen hebben vervangen, laten zien dat dergelijke veranderingen niet erg snel gaan. Natuurlijk zijn er ook sterke drijfveren voor verandering. Zoals disrupties als nieuwe technologieën een uiterst hoge dynamiek kennen, zoals wij dat momenteel beleven. Techniek die ons volledig nieuwe mogelijkheden biedt. Ik denk aan wearables, als onze kleding met de kleding van anderen communiceert. Of een uitbreiding van onze zintuigen, waarbij we informatie ontvangen als we anderen ontmoeten. Op dat gebied ontstaat een volledig nieuwe ontwikkeling. De vraag is in dat geval niet of dat vanuit een hogere positie zinvol lijkt te zijn of niet. Het gaat erom dat zo'n innovatie weerklank vindt. In het ideale geval wordt er dan door de eventuele gebruikers van de innovatie gezegd: "Geweldig! Ik wist niet dat ik dat per se nodig heb."

 

In een recent interview zei u dat crises zoals de pandemie nu eerder een kortetermijneffect hebben op veranderingen en dat mensen hun oude gedragspatronen weer relatief snel aannemen.

Dat klopt. Habitualisaties, ofwel onze gewoontes, zijn uiterst stabiel. Dat merkt iedereen die zich probeert te veranderen. Met oud en nieuw neem je je voor om in het nieuwe jaar meer te gaan sporten. Maar hoe lang houd je dat vol? Of mensen die hun eetpatroon willen veranderen: de meesten houden dat niet vol. Op een gegeven moment eet en sport je weer zo zoals je dat altijd al deed. Dat zijn namelijk sterke gewoontes waar we helemaal aan zijn gewend. Maar tijdens deze pandemie zien we ook een drijfveer naar het digitale thuiswerken. Ik denk wel dat er in de toekomst een nieuw efficiëntiecriterium zal zijn: is die zakenreis nodig? Moeten we persoonlijk aanwezig zijn? Of is het voldoende om die 45 minuten digitaal aan dat gesprek deel te nemen? Op dat gebied zouden er nieuwe gewoontes kunnen ontstaan. Maar er bestaat ook een groot verlangen om weer terug te keren naar de bekende gedragspatronen. Naar een restaurant gaan waar je vaak heen ging. Of ergens afspreken waar je altijd met elkaar afsprak.

 

De gewoonten van de mens, of positiever gezegd, de veerkracht van de samenlevingen is sterker dan de angsten voor veranderingsprocessen?

Met name in Duitsland is de angst groter dan in veel andere landen. In Duitsland zegt men: als we de gevolgen van het nieuwe niet kennen, laten we het liever voor wat het is. Er zijn andere culturen, zoals Brazilië, het Verenigd Koninkrijk of ook Vietnam, die heel anders denken. Daar overheerst de instelling: als we niet weten wat de gevolgen zijn, zouden we het in elk geval eens kunnen proberen.

Prof. Dr. Gerhard de Haan

Prof. Dr. Gerhard de Haan

Prof. Dr. Gerhard de Haan is professor voor toekomst- en onderwijsonderzoek en leidt het Instituut Futur aan de Vrije Universiteit Berlijn. In 2010 richtte hij daar al de eerste masterstudie Toekomstonderzoek in het Duitstalige gebied op. De Haan studeerde pedagogiek, psychologie en sociologie, promoveerde met het proefschrift 'Natuur en ontwikkeling' (Natur und Bildung) en habiliteerde met het thema 'De tijd in de pedagogiek' (Die Zeit in der Pädagogik). Zijn onderzoek richt zich met name op futurologie, kenniseconomie, innovatieonderzoek en duurzame ontwikkeling. Momenteel houdt hij zich voornamelijk met twee vragen bezig: hoe moet een samenleving zich nu plaatsen om als kenniseconomie in staat te zijn te overleven? Hoe is futurologie mogelijk?

 

Al meer dan 20 jaar is Prof. de Haan actief in onderwijsonderzoek en hij heeft tal van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten uitgevoerd. Hij was onder andere wetenschappelijk adviseur van het Duitse federale ministerie van Onderwijs en Onderzoek voor het UNESCO-wereldactieprogramma 'Onderwijs voor duurzame ontwikkeling' (2015-2019) en hij is lid van tal van nationale en internationale commissies. Hij heeft ondertussen al meer dan 300 publicaties, onder andere thema's zoals 'Onderwijs voor duurzame ontwikkeling' (Bildung für nachhaltige Entwicklung), 'Kenniseconomie' (Wissensgesellschaft), 'Risico-onderzoek' (Risikoforschung), 'Cultuurgeschiedenis' (Kulturgeschichte) en 'Onderwijs en toekomst' (Bildung und Zukunft). Prof. Dr. Gerhard de Haan draagt het Kruis van Verdienste aan Lint in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland.

De waarneming van de toekomst hangt dus altijd van veel meer af dan alleen van de eigen inschatting?

Precies. Het spectrum van hoe mensen naar de toekomst kijken, is breed. Zogenaamde liefhebbers van het leven staan open voor innovaties. Zij beoordelen de toekomst volgens: spreekt de toekomst mij aan? Die groep richt zich vooral op de vrije tijd, is dynamisch, altijd op zoek naar nieuwe gebeurtenissen en nieuwe voorwerpen om zich mee te omringen. Daar tegenover staat een conservatieve groep die maar weinig waarde hecht aan veranderingen. Maar nog belangrijker dan deze indelingen zijn ondertussen kleine samenwerkingssystemen van slechts 50 of ook 150 mensen die zich verenigen op sociale media. Binnen zo'n groep wordt weliswaar ook niet alles collectief besloten, omdat ook daar opiniemakers zijn die zeggen dat dit in deze context belangrijk is en dat in die context. Maar doorslaggevend is dat men in zulke groepen het gevoel heeft er niet alleen, maar gezamenlijk voor te staan.

 

Een sterk wij-gevoel en zo'n gemeenschapsgevoel scheppen optimisme voor de toekomst?

Met name als het om veranderingen gaat, is juist die gemeenschappelijke waarneming dat we dat allemaal willen essentieel om tot handelen aan te sporen. Neem nou het thema duurzame ontwikkeling. De jongere groep van de samenleving, de 14- tot en met 24-jarigen, is het sterkst betroffen. Maar degenen die zich het meeste betroffen voelen, handelen niet anders dan degenen die het thema helemaal niks uitmaakt. Hoe komt dat? Zij geloven dat ze de enigen zijn die zich betroffen voelen. Als je ze namelijk vraagt hoe het er bij hun vrienden en vriendinnen of in hun familie voor staat, dan krijgt je altijd het antwoord: zij houden zich nog niet zo intensief met dit thema bezig als ik. Daardoor hebben ze het gevoel dat ze er alleen voor staan en veranderen niets. Voor veranderingen is een gemeenschapsgevoel nodig, dat je het gevoel hebt bij een sterke groep te horen.

 

Veranderingen worden dus in de persoonlijke peergroup bepaald?

Die speelt inderdaad een belangrijke rol. Een ontzettend belangrijk thema, ook voor onze futurologieanalyses, is vertrouwen. Welke informatiebron vertrouwen we? Sommigen zeggen dat ze hun grens met hun krant trekken. Die gaat niet buiten de regio uit. Die vertrouw ik. Anderen zeggen dat ze liever de zondagskrant lezen. Wat daarin staat geschreven, is juist. Dan zijn er mensen die andere kanalen zoals YouTube vertrouwen en dan zijn er diegenen die hun peergroup vertrouwen. Als je je bezighoudt met toekomstvragen, vraag je je altijd af: hoe krijgen mensen vertrouwen in hetgeen wat daar wordt verwoord? Een voorbeeld: Ik ben lid van de Duitse Academie voor Wetenschappen en Techniek (acatech). Daar krijg ik als sociale wetenschapper vaak de volgende vraag: hoe zorgen we ervoor dat de nieuwe technologieën worden geaccepteerd? Mijn antwoord: dat is niet de belangrijkste vraag. U moet eerst kijken dat de technologie überhaupt weerklank vindt. En wel een weerklank die is gebaseerd op vertrouwen in hetgeen wat u aan innovaties heeft ontwikkeld.

De toekomst bestaat in principe uit projecties.”

De acceptatie van de toekomst is gebaseerd op vertrouwen?

Naar mijn mening wel, ja. Want wat is de referentiemaat voor de toekomst? Het is geen werkelijkheid die we kunnen beschouwen. En in een dynamische samenleving kunnen we met de ervaringen die we in het verleden hebben opgedaan onze verwachtingen van de toekomst ook niet zomaar volbrengen. De toekomst bestaat in principe uit projecties. En als die dan aan anderen wordt gepresenteerd, moet er bij diegenen vertrouwen worden gewekt – anders worden die projecties niet geloofd, laat staan dat ze realiteit worden. Dat geldt overigens ook voor bedrijven. Ze moeten vertrouwen wekken in de ideeën die ze ontwikkelen. Dat staat centraal.

 

En heeft u zelf vertrouwen in de toekomst? Ziet u de toekomst met vreugde of bezorgd tegemoet?

In sommige opzichten ben ik bezorgd over de toekomst. Over het algemeen wat duurzame ontwikkeling en met name de klimaatverandering betreft. De gegevens maken mij niet bepaald blij. Ik heb geleerd om op veel gebieden nogal ingewikkeld te denken. Er zijn misschien interessante innovaties – ook om grip te krijgen op de klimaatverandering. Maar ik vraag me dan niet alleen af wat de gevolgen van zo'n innovatie zijn, maar ook wat de gevolgen van de gevolgen van zo'n innovatie zijn. Dan worden de risico's en gevaren pas zichtbaar die zelfs bij goedbedoelde veranderingen tot scepsis leiden. Technologisch is er ondertussen natuurlijk veel mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de verandering naar regeneratieve energieën of nieuwe vormen van mobiliteit. Maar die verandering is een globale taak. En globaal gezien zijn we niet op weg naar een duurzame samenleving, ook niet met de nieuwe aandrijfsystemen – in elk geval niet als vier miljard mensen zo'n voertuig zouden willen hebben. Maar die scepsis heeft misschien ook met mijn leeftijd te maken.

 

Dan wordt uw levenservaring dus in uw toekomstbeeld weerspiegeld. Maar de jonge generatie kan de toekomst onbezwaard tegemoet treden.

Dat klopt. De wijze oude mannen hebben intussen voor bijna alles een oplossing geformuleerd en de jongere generatie moet die oplossingen dan ook maar aanvaarden. Mijn advies voor de jongere generatie: volg niet altijd wat er al is beweerd, maar zoek een eigen antwoord op de grote problemen van jullie tijd. Onder het motto: "Als dat wat jullie hebben bedacht de oplossing is, wil ik terug naar het probleem." Denk er liever zelf nog een keer over na en ontwikkel innovaties die anderen in hun tijd nog niet konden zien. De jonge generatie moet een kans voor creatieve ideeën krijgen en niet in de voetsporen van de oudere generatie treden.

Omslag
Audi e-tron en e-tron Sportback tijdens een rit.

Mobiliteit van de toekomst bij Audi

Mobiliteit is onderhevig aan snelle veranderingen. Ontdek welke technologieën en oplossingen Audi in uw land aanbiedt – en de toekomst zo helpt vormgeven.

Meer informatie

Audi e-tron: Gemiddeld energieverbruik*: 24,3–21,4 kWh/100km (NEDC); 26,1–21,7 kWh/100km (WLTP)Gemiddelde CO₂ emissie*: 0 g/km

Audi e-tron Sportback: Gemiddeld energieverbruik*: 24–20,9 kWh/100km (NEDC); 25,9–21,1 kWh/100km (WLTP)Gemiddelde CO₂ emissie*: 0 g/km

Audi e-tron: Gemiddeld energieverbruik*: 24,3–21,4 kWh/100km (NEDC); 26,1–21,7 kWh/100km (WLTP)Gemiddelde CO₂ emissie*: 0 g/km

Audi e-tron Sportback: Gemiddeld energieverbruik*: 24–20,9 kWh/100km (NEDC); 25,9–21,1 kWh/100km (WLTP)Gemiddelde CO₂ emissie*: 0 g/km

Dat is misschien ook interessant voor u

Uw browser lijkt niet up-to-date te zijn. Mogelijk werkt onze website niet optimaal. In de meeste browsers (met uitzondering van MS Internet Explorer 11 en ouder) werkt deze echter probleemloos. Wij raden u aan uw webbrowser te updaten! De op dit moment nieuwste versie kan op heel het internet goede resultaten garanderen. Dank voor uw bezoek en veel plezier. Uw Audi-team